Selecteer een pagina

Vermogensmeter kiezen, waar moet je beginnen

Heel vaak krijgen we de vraag ‘Hoe wordt ik sneller?’ of ‘Hoe hou ik het langer vol?’ Het makkelijkste antwoord is natuurlijk vaker op de fiets stappen. Iets wat de profs natuurlijk al heel veel doen. Dan maar wat afvallen. Ook dat hebben die jongens al gedaan. Ze zitten elke dag op de fiets, hebben een straks eetschema en houden overal rekening mee. En hoe worden ze dan toch beter? Met een vermogensmeter op hun fiets. Zo weten we van Tom Dumoulin dat hij er een gebruikte tijdens het WK tijdrijden, want hij dacht dat de meter stuk was omdat de waarden zo hoog waren. Net als bijna alle rijders in het prof peloton.

Natuurlijk kan je ook voor een snellere fiets gaan. Een aero of lichter frame, snelle wielen, een ander remsysteen behoort allemaal tot de mogelijkheden. Wel moet je er voor in de buidel tasten en dat kan soms best diep zijn. Maar word je er nou echt sneller van? Niet echt, want de benen moeten het nog altijd doen. Je trapt nog altijd niet harder dan voorheen. Daarom is een vermogensmeter een van de beste trainingstools die je meer op levert dan al het geld dat je aan de rest van je fiets besteed om sneller te worden. Maar waar moet je beginnen?

Tekst: Jerzy Kasemier – Fotografie: Jaguar MENA, Pete Kavanagh

Waarom moet ik zo’n ding dan hebben?

Het klinkt misschien raar, maar een vermogensmeter is echt de beste trainingstool die er bestaat. Hartslag is leuk, maar vermogen is beter. Je hartslag zeg eigenlijk alleen maar hoe snel je motor draait, terwijl je vermogen wat zegt over hoeveel je aan, jawel, vermogen (Watt) eruit perst. Dit is wat zwart-wit gesteld, want eigenlijk wil je weten bij welk toerental je welk vermogen levert, dus de combinatie van beide is nog veel beter. Iets dat met een borstband en het juiste klokje op je stuur natuurlijk zo geregeld is.

Je hartslag is bovendien traag en afhankelijk van je gesteldheid. Heb je slecht geslapen? Dan is je hartslag anders dan wanneer je uitgerust bent. Je vermogen is constant en direct. Trap jij een keer hard op je pedalen, dan schiet je vermogen omhoog, terwijl je aan je hartslag (nog) niks hoeft te zien. Wat je uiteindelijk wil is zoveel mogelijk Watt (de eenheid van vermogen) leveren bij een zo laag mogelijke hartslag. Hoe je dat doet is overigens weer een heel ander verhaal, dus daarover een andere keer meer.

Direct aan de slag!

Vergelijk je het met een auto, dan ga je ook niet naar de dealer en zoekt daar een wagen uit op basis van het beste toerental, maar bijvoorbeeld op zuinigheid. Zuinigheid is met zo’n laag mogelijke hartslag, zo hard mogelijk rijden. Ofwel zoveel mogelijk vermogen leveren bij zo min mogelijk inspanning. Welk merk en type (auto of vermogensmeter) dit dan is is natuurlijk heel persoonlijk, want over smaak valt niet te twisten.

Data is everything

Data is echt alles! Iedere rit verzamel je data over je vermogen en je mogelijkheden. Wil je beter worden dan moet je weten waar je aan moet werken. Daarom is het van groot belang dat je na je aanschaf van je meter ook iedere rit (rustig, snel, wedstrijd, tijdrit, op het vlakke of in de bergen) er mee rijdt en je data verzameld. Hierbij is het van groot belang dat je altijd met dezelfde meter rijdt, of weet wat het verschil tussen de verschillende meters is. Want je wilt natuurlijk wel met de juiste gegevens rondrijden.

Handig is om een test te doen. Een ander verhaal waar we hier niet dieper op ingaan, maar we een andere keer op terug komen. Wel kunnen we je zeggen dat deze data heel persoonlijk is. Soms hoor ik mensen zeggen dat ze echt een piek vermogen hebben van heb ik jou daar. Leuk hoor, maar dat zegt niet zoveel. Hoe zwaarder je bent hoe meer Watt je moet leveren om vooruit te komen. Het enige dat je zou kunnen vergelijken is hoeveel Watt je per kilogram lichaamsgewicht kan rijden.

Veertjes

Ondanks dat er tal van verschillende meters op de markt zijn is het principe eigenlijk in ieder type en merk hetzelfde. Met behulp van een aantal ‘veertjes’ wordt de kracht die je levert gemeten. Hoe meer veertjes en hoe precieser deze zijn aangebracht hoe accurater en dus ook duurder de meter. Natuurlijk willen we allemaal een meter die zo precies mogelijk is en zo min mogelijk afwijking heeft. Daar zal je dan wel voor in de buidel moeten tasten.

Belangrijk om te weten is dat als je altijd met dezelfde meter rijdt, je ook standaard een zelfde afwijking hebt. Je kan dan dus je data uitstekend met elkaar vergelijken, zonder dat je je druk hoeft te maken of het allemaal wel/niet klopt.

Budget?

Vermogensmeters zijn niet goedkoop, maar ook zo’n hypermoderne snelle racefiets kost een paar knaken. Daar kan je dus beter wat geld op besparen en dit aan een vermogensmeter besteden, want daar wordt je dus wel echt sneller van. Het bereik van de meter varieert van 600 tot ongeveer 3000 euro, afhankelijk van wat je wil en welk type je kiest. Een budget vaststellen is dus wel zo handig voor je begint, want het zou zonde zijn als je er achter komt dat het een wel hele dure unit wordt die je op je fiets moet sleutelen.

Welk type vermogensmeter?

Vermogensmeter worden gemaakt voor verschillende plekken op je fiets. De meest bekende plek is de spider (waar je voorbladen aan vast zitten), maar ook de cranks (waar je je pedalen in draait), je pedalen, bottom bracket en achternaaf behoren tot de mogelijkheden. Hieronder hebben we uit eengezet wat de voor en nadelen zijn van de verschillende typen meter.

Spider

Zowel SRM als Quarq meten het vermogen in de spin waar je kettingbladen op monteerd. Hiermee wordt zodoende dus ook alleen de rechterkant gemeten. SRM was een van de eerste vermogensmeters die er ooit op de markt kwam. Wellicht is hij niet het beste voorbeeld, maar Lance Armstrong trainde vanaf het begin met deze meters en fietste er de sterren mee van de hemel. Naast Quarq en SRM heeft ook Shimano aangekondigd met een vermogensmeter te komen, ook zij zullen de spider gebruiken om metingen te doen.

Hoewel dit een prachtig en zeer degelijk systeem is, zit het dus wel goed vast op je fiets en moet je verstand van sleutelen hebben om het over te zetten. Rij je dus zowel een tijdritfiets en koersfiets, dan ben je regelmatig aan het sleutelen, helemaal als je ook een andere verzet voor wilt rijden.

Crankarm

De crank, veelal alleen nog(!) de linker, is ook een plek waar onder andere Stages, Rotor en 4iiii je vermogenmeten. Aan de binnen zijde van de linker crank is de meter gemonteerd. Het gewicht is bijna te verwaarlozen en daarom is dit een alternatief voor de spider variant. Op de Eurobike 2017, hebben we al de eerste dubbelzijdige modellen gezien, die zoals het er naar uitziet in 2018 op de markt komen.

Groot voordeel van deze meters is dat ze eenvoudig over te zetten zijn. Met weinig ervaring kan je zo de linker crank overzetten van de ene naar de andere fiets. Gebruik hiervoor wel een momentsleutel om te voorkomen dat je iets stuk draait. Echte nadelen zijn er niet, behalve eventueel dat je een spindle nodig hebt als je Sram rijdt, maar of dit nou echt een nadeel is vragen we ons af.

Pedalen

Garmin, Powertap en LOOK hebben een vermogensmeter in hun pedalen gebouwd. Dit is wel de meest direct manier om je vermogen te meten en ook te zien hoe je pedalslag is tijdens een omwenteling. Nadeel is dat pedalen ook direct onderdelen zijn die het best zwaar te verduren hebben en vaak de grond raken als je een valpartij hebt. Bovendien zijn er nog kleine delen die tussen de crank en pedalen komen die gevoelig kunnen zijn.

Naaf

Een outsider is de vermogens meter die in de naaf gebouwd is. Het voordeel van een naaf is dat deze, goh hoe kan het ook anders, in een wiel zit. Waar alle andere meters het nodige sleutelwerk verijsen om ze over te zetten is dat bij een wiel niet het geval. In een paar tellen heb je je wielen gewisseld en kan je bijvoorbeeld ook met je crosser (let wel op dat de banden maat past) of tijdritfiets op pad. Ideaal als je vaak wisselt van fiets. Het grootste nadeel van deze oplossing is dat je per set wielen een naaf nodig hebt. Spaak je dus een aerowiel met je meter erin, dan moet je hier ook de winter meer door, of er eentje bij kopen. Rij je ook wel eens een tijdrit, dan moet je of platen monteren of een disk met een meter erin kopen. Powertap is de enige die dit systeem maakt.

Enkel/dubbelzijdig meten

Om het tot slot nog wat moeilijker voor je te maken, kan je ook nog kiezen uit welk been er gemeten wordt of dat je voor beide benen gaat. Het voordeel van enkelzijdig meten is dat de kosten hiervan vaak wat lager zijn. Dit is in ieder geval zo bij de nieuwere merken. SRM heeft nog altijd een super meter die alleen rechts meet, maar is wel aan de prijs. Meet je dubbelzijdig dan weet je (goh, hoe kan het anders) ook het verschil tussen links en rechts en kan je hier eventueel in bijsturen. Een must is het overigens niet, maar als je van de cijfertjes bent….

Welke hebben wij voor je uitgezocht?

Met onze brede ervaring op het gebied van vermogensmeters zijn wij een samenwerking met Stages aangegaan. Naast het feit dat ze samenwerken met Team Sky van o.a. Chris Froome en dus alles tip top geregeld hebben, haal je met een Stages vermogensmeter een top product in huis. En om het nog mooier te maken hebben we bovendien tot het eind van oktober (2017) een prachtige deal met Stages weten te strikken.