Selecteer een pagina

Diabetes en sporten

Omdat ik in mijn jeugd geen diabetes had, weet ik heel goed hoe het is om zonder te leven. Nu is het allemaal iets complexer en al helemaal als sporter. Maar hoe zit dat allemaal precies en wat houdt dit allemaal in? Er moet over vanalles worden nagedacht. In de basis moet ik rekening houden met wanneer, wat en hoeveel ik eet. Simpel als je weinig doet, maar voor mij als sporter is het echt een heel ander verhaal. Daarom een kleine inkijk in mijn leven als diabetes. Iets dat het soms wat lastiger maakt om lekker te kunnen sporten, maar wat mij er zeker niet van zal weer houden om te sporten.

Tekst Gert Jan van de Berg & fotografie Vincent Moes

DE JUISTE TIJD

Het tijdstip waarop ik eet is van groot belang als ik ga sporten. Insuline werkt namelijk maar een bepaalde tijd. De kortwerkende insuline die ik heb, werkt bij mij ongeveer drieënhalf uur. Bovendien werkt deze niet gelijkmatig, maar zit er een piek in de werking na ongeveer anderhalf uur. Kortom, het is het makkelijkste om of direct na het eten (ofwel toedienen van de insuline), of ruim drie uur later (als de insuline is uitgewerkt) te gaan sporten. Ga ik ergens binnen het uur of juist twee na het eten sporten, dan is het ontzettend moeilijk om te bedenken wat ik nodig heb aan insuline. Zo moeilijk zelfs dat ik er vaker flink naast zit dan dat ik de juiste hoeveelheid neem.

DE HOEVEELHEID INSULINE

Naast het tijdstip van toedienen van de insuline is ook de hoeveelheid van groote belang. Het maakt hierbij nog wel verschil of je twee uur volle bak aan het koersen bent of een gezellig ritje met Cycling Espresso mee rijdt. En ook de sport die op het programma staat bepaald mede hoeveel ik moet spuiten. Op basis van wat ik ga doen bereken ik de hoeveel insuline die nodig is voor de training. Hierbij hou ik ook nog eens rekening met hoelang ik ga en op welke intensiteit het sporten zal zijn. Beide zijn vooral belangrijk om te kunnen inschatten hoe efficiënt de insuline zijn werk doet in het lichaam.

Afgezien van het toedienen van insuline rondom de maaltijd, heeft het lichaam over de gehele dag genomen ook een basis hoeveelheid insuline nodig. Hiermee wordt gedurende de dag de suikerspiegel in balans te gehouden, wat ook wel basaal genoemd wordt.

ONDERWEG

En dat is voor ik ook nog maar een meter onderweg ben. Nog voor ik vertrek moet ik zorgen voor suiker die ik eventueel onderweg kan nemen. Mocht ik een hypo hebben (dat is de spreekwoordelijk man met de hamer ofwel een hongerklop), dan regelt mijn lichaam niet automatische de insuline afgifte, want deze heb ik immers zelf toegediend. Het is voor mij dan ook van levensbelang om er snel uit te komen. Voor het hardlopen neem ik daarom doorgaans een rolletje Dextro mee. Op de fiets heb ik iets meer keuze gelukkig. sportdrank in een bidon is de goede oplossing om zo snel mogelijk uit de eventuele hypo te komen. Ook de zakken op mijn rug zijn naast Dextra gevuld met een paar repen.

OP GEVOEL

Ruimte om een prikpen, teststrips en glucosemeter mee te nemen blijft er echter weinig over. Het testen van mijn bloedglucose zit er zodoende onderweg dan ook niet in. Wat betekent dat veel van wat ik doe op gevoel en inschatting gaat. Hoe intensief is het en moet ik iets eerder of later suiker tot me nemen. Dit gaat vaak goed, maar ook wel eens niet. Het is dus een aardig kunststukje om mijn suikerspiegel goed in balans te houden. Gelukkig is er wel ruimte voor mijn insulinepomp. Die kan ik in het ‘speciaal’ voor mij gemaakte zakje op de rug van de Cycling Espresso wielerbroek kwijt.

DOSEREN

Zonder nadenken eten en drinken is er helaas voor mij dus niet bij. Het is een delicaat spel van doseren. Wanneer iets koolhydraten bevat wordt dit middels de insuline in de cellen gelaten en kan het als brandstof worden gebruikt. Echter wanneer ik koolhydraten tot mij neem en er te weinig insuline (basaal) aanwezig is, zullen mijn spieren behoefte aan suiker houden. Op dat moment zal de lever zijn reserve aan glucose (suiker) loslaten. Hierdoor stijgt de suikerspiegel alleen nog maar verder, maar worden de cellen nog steeds niet van de gewenste koolhydraten voorzien. De spieren gaan dan over op vetverbranding, waardoor het lichaam verzuurt en je je alleen maar beroerder gaat voelen.

ACHTERAF

En dan ben ik klaar met sporten en is alles goed gegaan? Ook dan mag ik de dag of dagen daarna ook nog rekening houden met wat de inspanning. Tijdens het herstel wordt de insuline namelijk nog steeds efficiënter gebruikt. Dus bij het toedienen van de normale hoeveelheid insuline op basis van wat ik eet zal ik dan in een hypo komen. Het blijft dus opletten.

Waarom ik dan toch sport? Om dezelfde reden dat jij het waarschijnlijk doet, daarbovenop helpt het mij ook nog eens om mijn bloedsuikerspiegel beter in balans te houden.

Tot slot wil ik even kwijt dat dit eenvoudige weergave is van hoe ik het hebben van diabetes ervaar. Ik ben zeker geen medisch specialist en omdat geen enkel mens gelijk is zullen er ook genoeg anderen zijn met diabetes die het mogelijk heel anders ervaren.

En als tweede toch nog maar even kleine uitleg, wat diabetes überhaupt is. Diabetes wordt ook wel suikerziekte genoemd, simpel gezegd zijn daarin twee varianten die behoorlijk van elkaar verschillen. De meeste voorkomende variant is type 2 (ook wel ouderdomsdiabetes genoemd), in ongeveer 90% van de gevallen. Hierbij is het lichaam vaak minder gevoelig voor insuline en maakt het lichaam te weinig insuline aan. Zover mijn kennis reikt wordt dit zoveel mogelijk geprobeerd te behandelen middels een aangepast dieet, bewegingsadviezen en medicijnen. Als dit niet afdoende helpt zullen deze mensen ook insuline moeten spuiten. De andere bekende variant van diabetes is type 1, de overige ongeveer 10%, de groep waar ikzelf ook toebehoor. Hierbij maakt je lichaam geen insuline meer aan omdat je afweersysteem de insulineproducerende cellen heeft lamgelegd.